Ik kom uit een lange lijn van arbeiders. Landarbeiders, boerenmeiden, schippers, fabrieksarbeiders…. grote gezinnen van overlevers met tegenslagen en veerkracht. Af en toe zal ik er over vertellen. Zoals het verhaal van Hendrik: de broer van mijn moedersmoeder.
Vaders trillende handtekening staat onder de overlijdensakte van Hendrik die net drie jaar was geworden. Hij werkt in een van de groezelige glasfabrieken in Nieuw Buinen. Vijf dagen later, vlak na het weekend, is vader opnieuw op het gemeentehuis. Hij zet zijn handtekening onder een geboorte-akte: er is opnieuw een Hendrik geboren.
Een paar maanden geleden ontdekte ik beide Hendrikken in de digitale archieven op internet. In eerste instantie was ik op het verkeerde been gezet omdat de overlijdensdatum en de geboortedatum zo dicht bij elkaar zaten. Ik dacht dat het foutje was maar toen ik aktes downloadde, zag ik de trillende handtekening onder de ene en de ferme handtekening onder de andere akte.
Poef. Allerlei beelden schoten door me heen. De hoogzwangere moeder aan het sterfbed van haar zoontje, de vader die met gebogen hoofd het gemeentehuis binnensjokt, de begrafenis van Hendrik en de geboorte van Hendrik (misschien wel op dezelfde dag). Geert van vier en Geertruida – mijn oma – van anderhalf die speelkameraadje Hendrik omgeruild zien worden voor een baby waar je voorzichtig mee om moet gaan.
Het was een van een aantal bijzonderheden in dit gezin.
Een jaar of vijftien later zijn ze, nu een familie met zeven kinderen, naar Eindhoven verhuisd. Van het glasfabriekje in Drenthe naar de nieuwe gloeilampenfabriek van Philips. Men woonde in een nieuwe arbeiderswijk. Het is 1925 en oma was 16 jaar.
Ze ontmoette een Groninger, werd zwanger, trouwde hem en was op haar 21e moeder van mijn moeder. Vlak daarna zijn ze naar het platteland van Groningen verhuisd waar mijn oma alleen de schoonfamilie, die op haar neerkeek, had. Haar moeder in Eindhoven overleed op 47-jarige leeftijd; mijn oma was toen 24 jaar en net moeder van haar tweede kind.
Ze kon haar vader niet helpen toen hij achterbleef met een stuk of vijf kinderen in huis. Een buurvrouw sprong bij en verloofde zich alras met hem. Mijn oma was 26-en-een-half toen haar vader op de 25e verjaardag van tweede Hendrik hertrouwde met een vrouw die amper ouder was dan zij. In dit huwelijk werden een dochter en een zoon geboren en een jaar daarna overleed haar vader. Oma was 32. De afstand Groningen-Eindhoven was groot en met haar stiefmoeder is die afstand altijd gebleven.
Toen oma ziek werd, heeft ze een tijdje bij mijn ouders gewoond. Ik was jong en smulde van de verhalen die ze vertelde. Haar leven was kleurrijk. Mijn opa was geen doorsnee man, samen kregen ze 11 kinderen en daarnaast nam ze alle buitenbeentjes (mens en dier) in huis. Over haar jonge jaren zei ze niet veel maar ze kreeg tranen in haar ogen als ze vertelde over haar halfbroertje in Eindhoven die plotseling overleed op zijn 37e.
Op een van de winterse avonden van dit jaar leerde ik haar oudere broer Hendrik kennen. Ik had een ome Hendrik wel eens ontmoet maar heb nooit geweten dat er nog een Hendrik was. Wanneer heeft oma dit ontdekt? Heeft ze dit als anderhalfjarige meegekregen? Wat heeft dat met haar gedaan? Is er veel over deze Hendrik gepraat? ’t Zijn vragen waar ik nooit antwoorden op krijg maar de ontdekking van de beide Hendrikken raakten mij. De dood die zo dicht bij het nieuwe leven stond, de eerste Hendrik die zo snel vervangen werd door de tweede, de tweede Hendrik die een andere naam had gehad als de eerste Hendrik nog had geleefd, het jonge gezin dat in een paar dagen van graf naar wieg gaat…
Het leven van Geertruida Rozema, mijn oma, had scherpe doorns. Ik kende haar als vrolijke vrouw met een onbezorgd karakter. Haar oudste dochter, mijn moeder, was daarentegen overbezorgd en sprong nooit uit de band. Ze zorgde voor haar broertjes, zusjes en eigenlijk ook voor haar kleurrijke ouders. Zij was de volwassene en ik denk dat oma altijd een beetje kind is gebleven.
Vele generaties voorouders zitten in jou. Je ouders geven door wat zij van de hunne hebben gekregen. Door je roots te leren kennen, begrijp je beter waar je eigen diepgewortelde emoties vandaan komen.
Ik kom voort uit grote families in soms bittere armoede. De generatie van mijn ouders was de eerste waarin alle jongens de kans kregen om via een ambachtsschool een vak te leren. De oudste meisjes kregen die kans niet: zij moesten vanaf 14/15 jaar thuisblijven om mee te helpen in het huishouden.
Geef een reactie