
‘Met een -i- is de Friese tak,’ zei mijn vader stellig. Hij was Groninger. Een Groninger wil geen Fries zijn. Andersom evenzo. En zoals ik niet weet waarom er al eeuwen een strijd is tussen Friezen en Groningers, zo weet ik ook niet waarom ik niet wil dat er een -i- in mijn achternaam zit. Ik gebruik het argument van mijn vader. Ik heb het blind overgenomen. Het zit in mijn bloed.
Toen ik oude geboorte-, trouw- en overlijdensakten van de opa van mijn opa zag (op www.wiewaswie.nl kan jij de jouwe ook vinden), ontdekte ik dezelfde stelligheid. De akten noemden hem Kamminga maar Jacob zette zijn handtekening altijd met de -e-. Soms werd zijn handtekening gecorrigeerd maar hij bleef het doen. Op iedere akte opnieuw.
Alleen bij de geboorte van zijn zoon Anne nam de ambtenaar van de burgerlijke stand de -e- officieel over. Anne had de -e- in zijn achternaam en daarom heb ik dat ook. Een overwinning voor Jacob.
Jacob had een goed voorbeeld. Zijn vader Liekele deed precies hetzelfde: hij was de eerste met de achternaam Kamminga maar alle akten ondertekende hij met een -e-. De ambtenaar zat een keer niet goed op te letten en voerde de geboorte van Albertje, de zus van Jacob, in met een -e- in haar achternaam. Ze trouwde, kreeg de naam van haar man en de -e- verdween toen ze overleed.
Liekele Annes Kamminga, geboren op deze dag in 1791, was genoemd naar zijn vader Anne Lijkels die weer was genoemd naar zijn vader Lijkel Annes. Vroeger deed men niet zo ingewikkeld. Maar ineens had deze familie van arme landarbeiders – ploeteraars in het veengebied tussen Groningen en Friesland – een achternaam terwijl Napoleon dit pas 20 jaar later aan alle Nederlanders verplichtte.
De stelligheid van het ondertekenen met een -e- ….. waarom was dit zo belangrijk voor deze mannen? Misschien heeft het iets te maken met de familie Van Cammingha. Een invloedrijke, adelijke familie en grootgrondbezitters van Friesland. Ook in het gebied waar Liekele in 1791 geboren werd. Het verhaal gaat dat arbeiders de achternaam van de herenboer kregen opgelegd. Als een soort eigendomsbewijs. Zoals ook gebeurd is met slaafgemaakten in verre oorden.
Het steevast zetten van de handtekening met een -e- zie ik als een stil protest van mijn voorvaders. En nu ik weet hoe graag ze de -e- in plaats van de -i- in hun familienaam zagen, ben ik nog trotser op de mijne.
Geef een reactie