Alied Kammenga

Schrijver


Onstuimige Henk

Hij was wild, onstuimig en hield mij de hele nacht wakker. Klinkt als een goeie date.

Toen ik ’s ochtends een kopje koffie pakte, zag ik op het fietspad voor mijn huis een rare gozer staan. Capuchon en sjaal over zijn hoofd als was het een bivakmuts. Hij had twee fietsen bij zich. Ik vroeg me af waar de andere persoon was. ‘Zal ik er even naar toe lopen,’ dacht ik nog. Maar het regende. Via de app op de telefoon zag ik dat de camera’s geen gespuis hadden opgemerkt. Gozer was alleen. Met twee fietsen. Bijzondere situatie.

Regen ging over in een plensbui.

Wat was hij toch aan het doen? Hij prutste aan het achterspatbord van de witte fiets. Uiteindelijk deed hij een handschoen uit, prutste nog wat en warempel: daar was het aan-knopje van de achterlamp. Hij was er blij mee en liet in zijn enthousiasme zijn handschoen vallen. En die waaide weg. In een plas. Gelukkig had Gozer beide fietsen op de standaard gezet. Een paar stappen opzij, voet op de handschoen. Zelfs op afstand zag ik het water er uit druilen. Een flinke zucht wind liet de fietsen op z’n kant gaan.

‘Zal ik er even naar toe lopen,’ dacht ik opnieuw, ‘misschien wil hij even schuilen en een kopje koffie’. Maar nee, mijn argwaan was omgeslagen in binnenpret. ‘Arme jongen,’ zei ik hardop. Daar had hij niets aan.

Hij zette de fietsen weer rechtop, keek of het achterlampje nog brandde (ja) en deed toen zijn regenbroek naar beneden.

Nu werd ik zo nieuwsgierig dat ik mijn gegluur bijna verried. Voor degene die mijn huis kent: hij stond voorbij de oprit en ik stond een halverwege de huiskamer. Bijna niet te zien vanaf de weg. Maar zijn zakkende regenbroek bracht mij met de neus tegen het raam. ‘Zal ik er even naar toe lopen om te zeggen dat wildplassen verboden is?’ dacht ik met een sneaky smile. Maar nee, ik bleef binnen om te kijken of hij goed voor de wind kon plassen.

Mijn dirty mind werd wreed verstoord.

Hij haalde een pakje sigaretten tevoorschijn en na een paar pogingen zag ik een vlammetje van de aansteker en een tevreden rookwolk. Hij deed het pakje weer in zijn broek, hees de regenbroek er overheen, zwierde met een been over het zadel van de witte fiets en ontdekte toen dat hij een hand te weinig had. Misschien was even-blijven-staan-totdat-de-sigaret-op-is een goed idee geweest maar Gozer wilde weg. Linkerhand aan het stuur van zijn witte fiets, rechterhand op die van de andere fiets, de sigaret tussen de tanden en zijwindkracht 6. Ik keek hem met verbazing na. Rood lampje, zwarte silhouette, pufje sigarettenrook.

‘Ga jij maar,’ zei ik tegen mijn date. Ondanks dat hij me zo-even deed lachen, was ik moe van zijn gebulder. Henk (de eerste storm van 2024) had me te lang wakker gehouden.



Geef een reactie