Alied Kammenga

Schrijver


Hoe we naar schaamte kijken, is na Gisèle Pélicot aan herziening toe. Maar ook hoe we daders zien.

Het originele artikel staat in de Volkskrant van 23 november 2024.

‘De schaamte moet van kamp wisselen’, is de nu al beroemde uitspraak van Gisèle Pélicot. Maar haar zaak zet ook op scherp hoe we denken over daderschap. ‘Zijn deze mannen enkel monsters? Nee. Zijn het verkrachters? Ja. En slagers, buurmannen en grootvaders.’

Ze houdt van aardbeienijs en af en toe een glas witte wijn. Ze is 72 jaar, en in haar hele leven met twee mannen naar bed geweest. Ze was een toegewijde echtgenote, moeder en grootmoeder. Een doodgewone vrouw. En nu is Gisèle Pélicot, de Franse vrouw die jarenlang gedrogeerd werd door haar man en door hem en minstens vijftig andere mannen verkracht werd, een internationaal boegbeeld voor slachtoffers van seksueel geweld.

Het is dan ook toch ergens raar om die achternaam van haar ex-man te blijven gebruiken. Maar toen een advocaat haar vroeg waarom ze die naam aanhield, zei ze dat ze dat deed voor haar kleinkinderen. ‘Ik wil dat zij zich niet meer schamen voor die naam, ik wil dat ze trots zijn op hun oma. Ik wil dat mensen zich mevrouw Pélicot herinneren en niet meneer Pélicot.’

‘De schaamte moet van kamp veranderen’, zei ze toen ze met opgeheven hoofd naar de rechtbank liep voor het proces, en met ferme tred bewust uit de anonimiteit stapte. Zelf zegt ze: ‘Dit is geen moed. Dit is vastberadenheid om dingen te veranderen.’ Maar steeds als Gisèle een zitting verliet, stonden vrouwen haar op te wachten om te applaudisseren en over de hele wereld juichen ze haar toe onder de hashtag #jesuisgisele.

Om te kunnen omgaan met oneerlijkheid, vinden we (al dan niet onbewust) een manier om het onrechtvaardige te rechtvaardigen. Het is een cognitieve bias die The Just World Theory, of rechtvaardigewereldtheorie wordt genoemd. En victimblaming is daar een duidelijk voorbeeld van. Liever dan accepteren dat de wereld oneerlijk en willekeurig is, houden veel mensen vast aan het geloof dat iedereen krijgt wat ze verdienen. Dus als je je te pletter werkt, zul je vanzelf de top bereiken en als je in een sexy jurkje de straat op gaat, heb je erom gevraagd.

In het geval van Gisèle is het alleen vrijwel onmogelijk om haar medeplichtig te maken– al hebben de advocaten van de tegenpartij dat wel degelijk geprobeerd. Er werden kanttekeningen geplaatst bij haar drankgebruik, haar lingerie. Ze kreeg de vraag of haar zelf schuld treft en zei: ‘Helemaal niet. Ik ben bovenal een slachtoffer.’ Haar volstrekte onwetendheid stelt het daderschap van haar man, en alle anderen die haar misbruikten, op scherp.

Verdiende loon
Vrijwel niemand is van harte een dader. Een kind gaat al in de ontkenning en zegt: ‘Ik heb dat niet gedaan, het was een kabouter.’ Als ontkenning geen optie is, gebruiken we de flauwste excuses, de slapste uitvluchten en de meest verzachtende omstandigheden. Ik bedoelde dat als een grapje, ik kende mijn eigen kracht niet, normaal doe ik dat nooit maar mijn mama heeft kanker. Alles liever dan toegeven wat we gedaan hebben en dat we schuld hebben en schuldig zijn. 

Slachtoffer- en daderschap zijn ingewikkeld omdat we moeite hebben om te verenigen dat niet iedereen zijn verdiende loon krijgt en dat normale mensen met normale goede intenties ook slechte dingen kunnen doen. We begrijpen daderschap als binair en absoluut. En als gevolg van ons starre identiteitsdenken, is de identiteit van een dader volledig in beton gegoten: jij en je handelingen vormen samen één uitgehard blok. Je beging geen misdaad, je bént je misdaad. 

We leggen in onze West-Europese cultuur dan ook de klemtoon op bestraffing. We hebben onze intuïtieve roep om onbeperkte wraak ingedamd. In de Disney-versie van rechtvaardigheid moet het goede en onschuldige overwinnen op het schuldige en slechte. Maar moet er, om verder te geraken dan enkel straf en verdiende lonen, niet in de eerste plaats meer aandacht zijn voor het daderschap op zich

Zelfbehoud
We leven in tijden van uitersten. Een echte villain, een veroordeelde dader die zijn schuld nooit onder ogen heeft gezien, is president geworden. Zijn pantser van stoerheid heeft blijkbaar iets aantrekkelijks. Zolang hij maar niet toegeeft dat hij ooit iets verkeerds kan doen, is hij een gedroomde (anti)held. Het zijn altijd de anderen, de evil kabouters, die het gedaan hebben. 

Ook wij, twee schrijvers, twee vrouwen, hebben het moeilijk met het in beton gegoten concept van daderschap. De een kan over zichzelf zeggen dat ze is vreemdgegaan omdat ze zich niet gezien voelde in haar relatie. Maar zeggen: ‘Ik ben een vreemdganger’, dat dekt de lading toch niet helemaal. De ander krijgt het niet uit haar mond dat ze een pester is. We kunnen denken: dat heb ik gedaan, maar die handelingen bepalen niet mijn hele identiteit – ik ben geen dader.

Onze praatjes vertonen een lachwekkende gelijkenis met de kreten van zelfbehoud die een doorsnee-Amerikaanse publieke figuur uitkraamt nadat die op een misstap betrapt is. Zo huilde het (nu voormalige) Congreslid Anthony Weiner ‘I have a sickness’, als verontschuldiging nadat hij was betrapt op het versturen van seksuele berichten aan een minderjarig meisje. Zo maakte hij zijn daderschap passiever, en zichzelf tot slachtoffer. 

En nu staat daar in Frankrijk een hele rij mannen in de beklaagdenbank voor de zaak-Pélicot die hun gezicht niet tonen. Doodgewone mannen: buurmannen, huismannen, slagers, supermarktmedewerkers. Allemaal hebben ze Gisèle tijdens haar comateuze slaap verkracht. De meeste mannen ontkennen. Ze houden halsstarrig vast aan een versie van zichzelf die niet slecht is, die geen dader is, geen verkrachter. De oudste man, de 74-jarige Jean-Marc L., zegt dat het een spel was en volgens zijn zelfgemaakte definitie gaat een verkrachting sowieso gepaard met geweld. De jongste van de ondervraagden, de 26-jarige Joan K., erkent wel dat hij haar penetreerde, maar had naar eigen zeggen niet de intentie om te verkrachten. ‘Voor mij is dit het proces van lafheid’, vatte Gisèle hun ontkenningen samen in haar slotpleidooi.

Zijn deze mannen alleen maar laffe monsters? Nee. Zijn het verkrachters? Ja. En ook supermarktmedewerkers, slagers, buurmannen, vaders en grootvaders. Soms zijn het wereldleiders.

Zwakte
Niet alleen in het geval van daderschap is ons starre identiteitsdenken problematisch. Ook slachtoffers worden doorgaans bekeken op dezelfde manier: je identiteit valt volledig samen met wat je overkwam. Je hebt geen geschonden rechten, je ervoer geen trauma, je bént een slachtoffer. 

Waar daders zichzelf passief willen maken om zich te ontworstelen aan stigma en eigen verantwoordelijkheid, hebben slachtoffers juist de neiging om een actievere rol op zich te nemen. Slachtofferschap reduceert je tot lijdend voorwerp. Liever een deel van de schuld op je nemen dan een passieve prooi te lijken: ik had niet zo lang moeten blijven, ik had het drankje niet aan moeten nemen. Je maakt jezelf medeplichtig, want anders past het niet bij het beeld dat je van jezelf hebt: jij bent niet zwak, maar sterk. Een medeplichtigheid die ook voorkomt dat jij moet accepteren dat de wereld oneerlijk, onrechtvaardig en volstrekt willekeurig is. 

Schaamte moet, zoals Gisèle Pélicot zei, van kamp wisselen. Niet de vrouw die werd verkracht verdient de schaamte, die behoort tot de verkrachter. Maar dat is nog maar de eerste stap. Schaamte is nog altijd als tefal, het sociale anti-aanbaklaagje. Achter schaamte kun je je verschuilen voordat je de onaanvaardbare, allesomvattende identiteit van ‘dader’ moet accepteren. 

En zolang we daderschap en slachtofferschap als binaire, zwart-witte identiteiten blijven definiëren en er daarnaast geen enkele mogelijkheid is tot bevrijding of loutering, zullen daders blijven vluchten in excuses. Dan zal de schaamte, die hen inderdaad toebehoort, ze verhinderen om daadwerkelijk verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden. Dan zullen ze niets voorkomen, en niet tot iets constructievers komen dat verder reikt dan het beschermen van het ego en zelfbehoud: echt schuldinzicht, en poging tot herstel.

Gisèle had de moed om uit de schaduw te treden. In de rechtszaal was meneer Pélicot bij het begin van de verhoren aan het woord. ‘Ik ben een verkrachter, net als de anderen in deze zaal,’ zei hij, en outte zichzelf en zijn medeplegers als dader. Het is een begin.


ZOEK JE HULP?

Als je hulp zoekt of vermoedt dat iemand slachtoffer is van huiselijk geweld kun je terecht bij Veilig Thuis. Het gratis telefoonnummer 0800-2000 is altijd bereikbaar. Tijdens kantooruren kan je chatten met een medewerker, via veiligthuis.nl. Bij direct gevaar: bel 112. Praten over zelfdoding kan bij de hulp- en preventielijn 0800-0113 (113.nl).

Lees hier het originele artikel: Volkskrant 23 november 2024



Geef een reactie