Hij is een jaar geleden gestorven.
‘Ik knijp er tussen uit,’ had hij mij een maand daarvoor geappt. Ik begreep zijn bericht niet want in ons laatste telefoontje had hij enthousiast verteld over zijn plan om over een jaar wel een jaar lang door Zuid-Amerika te fietsen. ‘Met Jos, je weet wel,’ zei hij. Jos, ja dat wist ik wel. Jos was onze collega toen hij en ik geliefden waren.
‘Ik knijp er tussen uit’.
‘Gaat hij nu al naar Zuid-Amerika?’ vroeg ik me hardop af. ‘Even bellen?’ appte ik terug. Even later ging de telefoon.
‘Ik dacht dat je over een jaar met Jos ging fietsen. Heb ik dat verkeerd begrepen?’
‘Goed begrepen maar het gaat niet door want ik ga dood.’
Ik was zonder woorden.
‘Twee weken geleden bij huisarts geweest. Hoofdpijn. Ging niet over. Dus naar huisarts. Die zei ziekenhuis. Dus MRI. En dat was duidelijk. Tumor. In hoofd. Niets aan te doen. Dus ik ga dood.’
Hij belde vanuit zijn tuin. Op de achtergrond hoorde ik de vogels zingen.
We praatten nog even kort. Over ons. Over hoe we ons van collega’s naar geliefden naar vrienden hadden ontwikkeld in een tijdspanne van bijna 30 jaar. We hadden niet vaak contact. Soms even een melig appje. Maar elk jaar in december belden we elkaar op onze verjaardagen. Om 17 uur.
‘He ouwe,’ zei ik dan tegen hem.
‘Nog lang niet zo oud als jij,’ zei hij dan. Vaste grap.
Tien dagen daarna belde hij mij. Zelfde tijd. Zelfde openingszin (‘nou ben je echt oud!’). Elk jaar weer.
Op de dag dat hij mij vertelde dat hij dood zou gaan, was ik net over de grens van 21duizend levensdagen. Hij zou op zijn 21duizendste levensdag dood zijn.
Het was ons laatste contact. Exact een maand later is hij gestorven. Zwijgend, want hij kon niet meer communiceren. De man die alles aangreep om een luidruchtig en groots feest te organiseren, zweeg voor eeuwig.
Afgelopen december geen verjaardagsplagerijtjes over en weer. Het was stil. Voor eeuwig.
Soms is het leven vilein

Geef een reactie