Gisteren heb ik opnieuw met de arts in het ziekenhuis gesproken. Ik zei tegen hem dat ik twijfelde of ik me wilde laten behandelen. Hij vertelde mij een horrorverhaal over de gevolgen als ik dat niet zou doen.
Toen de arts de kamer verliet, bleef de verpleegkundige nog even met mij praten.
‘Ik heb het gevoel dat het alles of niets is,’ zei ik tegen haar.
‘Dat is niet zo,’ garandeerde ze, ‘jij hebt de regie en we weigeren geen enkele persoon. Ook niet als jij nu nee zegt. Jij bent hier altijd welkom.
Dat stelde me gerust.
Verderop in de middag sprak ik met mijn aardige ex-collega waarvan ik wist dat ze een paar jaar geleden ook een behandeltraject in het ziekenhuis had gevolgd. Haar prognose en de intensiviteit van haar traject bleek heel anders dan het programma dat het ziekenhuis voor mij in gedachten heeft.
Maar het horrorverhaal had angst ingeboezemd en hield me de hele avond en nacht bezig. Duisterheid nam mij over.
Dat is niet mijn pad.
En terwijl de notaris en ik vanochtend een kop koffie dronken en een en ander bespraken, werd het weer licht in mijn hart. Aansluitend lunchte ik met een goede vriend en dat gaf weer lucht.
Zojuist belde de manager met wie ik afgelopen maandag een sollicitatiegesprek had gehad. Ik had haar aan het begin van ons gesprek verteld in welke rollercoaster ik mij bevond.
‘Ik heb er echt een paar dagen over na moeten denken,’ zei ze, ‘ik was heel graag met je in zee gegaan maar we hebben interne kandidaat die ook goed is en die voor gaat.’
‘Ik begrijp het. Dank je wel voor het mooie gesprek dat we hebben gehad.’
‘Ik vond het ook een goed gesprek en het spijt me dat ik je af moet wijzen maar ik hoop dat je onze vacatures in de gaten houdt.’
‘Ga ik zeker doen.’
Ik had die baan graag gewild maar ik weet dat ik dat het komende half jaar even niet moet doen. Dat ik voor haar een goede kandidaat was, doet me goed. Dat ik niet degene was die nee tegen de job moest zeggen, doet me ook goed.
Licht, lucht, erkenning…. Ik kan weer verder.

Geef een reactie