Wat zou het fijn geweest zijn als het ziekenhuis niet alleen met mij gesproken had over enge ziektes, behandelmethoden en het vreselijke einde dat spoedig in zicht zou zijn maar ook over het gekkenhuis dat er is zodra ik de spreekkamer ging verlaten.
Het eerste dat ik toen deed, was een kop koffie drinken in de centrale hal. Een kwartier daarvoor had ik een onwerkelijk verhaal gehoord en ik moest even zitten. Het was er druk dus ik schoof aan aan een tafeltje waar een vrouw een boek las. Ze stopte met lezen en vertelde me dat ze zat te wachten op haar man die poliklinisch werd geopereerd. Het was zijn laatste operatie in een lange reeks. Hierna was alles eindelijk weer goed, vertelde ze.
‘En u?’
‘Ik heb een knobbel in mijn borst en volgens de dokter moet ik spoedig starten met een intensieve behandeling,’ zei ik. Het was de eerste keer dat het hardop zei en het gesprek kreeg direct een andere sfeer.
Tot en met vandaag, een dag of tien later, heb ik geen fatsoenlijk gesprek meer gevoerd. De knobbel zit constant aan tafel en ik haat het.
Ik wou dat ik daar op voorbereid was tijdens het gesprek in de spreekkamer. Dat ze me hadden verteld dat mijn knobbel binnen zou komen bij iedereen met wie ik zou gaan praten. En dat hun reacties uit hun hart zou komen maar dat dat misschien niet de juiste woorden voor mij zouden zijn.
Het zou fijn zijn als er in het ziekenhuis was gesproken over het verwerken en communiceren van het bericht en dat de vraag was gesteld of men mij daarin kon helpen. Echt, ik had graag eerst een gesprek over ‘en nu?!?’ gehad voordat er gepraat werd over ‘en wat nu?!?’
Stap 1, 2 en 3 van het behandelplan werden uitgerold voordat ik mijn koffie op had, het ziekenhuis verliet en de eerste dierbare aan de telefoon had. De afspraakbevestigingen en vragenlijsten verschenen al rap in mijn mailbox. En sindsdien krijg ik elke dag reminders van openstaande acties die ik moet uitvoeren ter voorbereiding van stap 1, 2 en 3.
Even dacht ik dat mijn leven niet meer van mij was en toen ik op de rem trapte, had ik het gevoel dat ik dat goed onderbouwd moest uitleggen aan het ziekenhuis en aan dierbaren.
Da’s voor mij de wereld op zijn kop. ‘t Is mijn lijf, mijn leven en mijn beslissingen en dat hoef ik aan niemand te verantwoorden. Ik hoef het zelfs niet uit te leggen.
Toen de knobbel kwam, verdween de rust en die heb ik juist nodig in dit proces. Maandag heb ik nog een intensief gesprek en daarna is mijn agenda leeg. Het is tijd voor mijn eigen tijd.

Geef een reactie