Elke ochtend het zelfde ritueel.
‘Goedemorgen Frits.’
‘Goedemorgen vrouwtje’ of wat hij ook maar bedoeld te zeggen.
Hij spreekt Shetlands en ’s ochtends doet hij dat met zachte, diepe, rollende hinnikjes. Verderop op de dag wordt die taal uitgebreid met verdragend, volwassen, goed gearticuleerd gehinnik en een snerpend hoog, dramatisch gierend, verontwaardigd geluid. Dat laatste gaat altijd gepaard met zijn hoofd in de nek, vuurspuwende ogen en een mede-Shetlander die net zo verontwaardigd is.
Frits is Frits en als je hem hebt ontmoet, weet je wat ik bedoel.
Ooit de leider van dit zootje maar dat is hij nu alleen nog als hij zat is van het ge-ouwehoer om hem heen. Dan laat hij nog een keer zien wie hier de baas is om daarna zijn manen te schudden en rustig verder te eten. Hij heeft het leiderschap overgedragen aan Fedor maar die is niet geschikt voor de job. Die had beter clown in het circus kunnen worden.
Hoe dan ook: elk ochtend het zelfde ritueel. Ik loop de stal in, groet hem en hij hinnikt zachtjes naar mij. Daarna mag hij als eerste uit de stal en wacht de rest geduldig tot hij zijn stramme lijf in beweging heeft gezet en naar buiten is gelopen.
Frits heeft zin in het leven. Elke dag weer.
Soms werkt zijn rechterachterbeen niet. Daar kan hij dan bijna niet op staan. Maakt niet uit. Frits loopt naar buiten. Ook met slepend achterbeen.
Soms werkt zijn oog niet goed en ziet hij amper waar de uitgang is. Maakt niet uit. Frits hinnikt een keer zachtjes, ik roep hem en hij loopt achter mij aan naar buiten.
Soms werkt zijn gebit niet goed. Heeft hij pijn tijdens het kauwen. Maakt niet uit. Frits friemelt het eten naar de andere kant van zijn mond, mengt het met een ferme slok water en smakt alles op.
Frits is oud en zijn kwaaltjes horen bij het ouder worden. Ze zijn niet blijvend. Als hij een tijdje buiten is, werkt zijn been weer, ziet hij ineens alles en graast hij tevreden in de wei.
Af en toe bezorgd hij mij een hartverzakking. ‘Oh mijn God, hij gaat dood,’ denk ik dan. Zoals die keren dat hij een tia had en deels verlamd een tijdje op de grond lag. Of die keren dat hij ondanks al het speciale voer dat hij krijgt, heel snel mager werd en bijna niet meer at. Of laatst nog toen hij geen kracht meer in zijn benen had en constant ging liggen in het natte weiland. Ik heb hem toen naar zijn stal gebracht waar extra veel stro en hooi in lag. Hij liep naar binnen en zakte weer door zijn benen. Ik dacht dat hij zijn laatste nacht inging.
Maar dan ken je Frits nog niet.
Toen ik de volgende dag naar de stal liep, hinnikte hij al voordat ik ‘goedemorgen’ had gezegd. Hoezo laatste nacht? Daar had Frits geen tijd voor. Even later strompelde hij weer voor mij aan naar buiten. Laatste nacht, aan me hoela.
Als ik me wel eens afvraag wat de zin van mijn leven is, geeft Frits me daar antwoord op. Hij heeft geen boodschap aan nut en noodzaak, vraagt zich niet af wat zijn bijdrage in de wereld is. Wat gaat er in hem om? Who knows. Wat is zijn zingeving? Gewoon pony zijn. Hij wordt wakker, strekt zijn lijf en doen wat hij op dat moment doet. Geen ambities. Geen doel. Geen stip op de horizon. Geen afspraken of to do lijstjes. Gewoon leven.
Good old Frits. Elke ochtend het zelfde ritueel en elke avond loopt deze innig tevreden stokoude Shetlander weer voor mij aan zijn warme stal in.
‘Weltrusten Frits.’
‘Weltrusten vrouwtje.’

Geef een reactie