Op een koude ochtend in de winter van 2023 hinkte hij de stal uit. Ik schrok enorm want de avond daarvoor was er nog niets aan de hand. Ik betaste zijn rechterachterbeen, kneep er stevig in, maar hij gaf geen kik. Ik tilde zijn hoef op en krabde het schoon maar daar zat niets in. Ik voelde zijn oren en meende dat ze iets warmer waren. Toch een beetje koorts.
De dierenarts kwam, deed hetzelfde – voelen, knijpen, hoef uitkrabben en temperatuur meten met een thermometer – en trok dezelfde conclusie: beetje koorts. ‘Geef hem een paar dagen deze pijnstiller,’ adviseerde hij, ‘hou hem maar op stal en laat hem niet te veel bewegen.’
Dat deed ik.
Elke ochtend en elke avond liep ik zijn stal in en gaf ik hem via een mondspuit zijn pijnstiller. Het werd er niet gezelliger op. Na een dag ging zijn vriend Nozem er voor staan en als het me lukte om Sjaak via zijn halster te pakken te krijgen dan werd het een grote worsteling om de pijnstiller achter in zijn mond te krijgen. Ik zag dat hij in die worsteling wel op zijn zere been ging staan en dat dat enorm veel pijn gaf. Dag twee werd het bijna onmogelijk (hij wilde zelfs het lekkere beloningssnoepje niet eten) en ik besefte me dat dit niet goed was voor zijn vertrouwen in mij. Dag drie gooide ik het roer om.
Ik belde Jorre.
Voor degene die hem niet kennen: Jorre is de vreemde Belgische eend in de bijt in dierenartsenland hier in het noorden. Gespecialiseerd in paarden en ook heel goed met ezels. Hij is lief met de dieren en geeft mij waardevolle tips. Zo vertelde hij mij een keer dat het middel waar dierenartsen mee beginnen bij de behandeling van een paard met koliek (ernstige en gevaarlijke buikpijn) gewoon voor een tientje te koop is in elke paardenwinkel. Als de koliek daarna toch doorzet, wordt het tijd voor zwaarder geschut. ‘Dus ge kunt het grotendeels zelf oplossen,’ zei hij. Sindsdien is hier geen dierenarts meer geweest voor koliekbehandelingen.
Ik dwaal af.
Jorre kwam voor Sjaak. ‘Haal hem maar uit de stal,’ zei hij.
Sjaak stapte moeizaam aan het halster achter mij aan.
‘Loop maar even flink heen en weer.’
‘Ja maar, hij heeft pijn,’ zei ik terwijl ik toch met hem heen en weer liep.
‘Halt maar.’
Ik stopte.
Hij pakte de rechterachterhoef, voelde de binnen en de buitenkant, prikte er een keer in met zijn mes, Sjaak schoot meters de lucht in, landde op vier benen en schudde met zijn hoofd.
‘Zo, klaar.’
Ik was met stomheid geslagen.
‘Klaar?’
‘Er zit een abces in zijn hoef. Ik heb geprobeerd om het door te prikken maar dat lukt niet. Als ik de hoef kort ga bekappen, heeft het beestje daar veel last van en de kans dat ik het abces bereik, is klein. Ik denk dat ik net een klein beetje zwakte in de wand van de hoef heb gemaakt. Laat hem overdag buiten, zorg dat hij zoveel mogelijk in beweging is want door de beweging zal het abces barsten en waarschijnlijk komt het pus dan via de zwakte in de hoefwand naar buiten.’
‘En de pijnstiller?’
‘Pijnstiller? Deze rommel is bloedverdunnend en heel slecht voor hem,’ mopperde Jorre terwijl hij de verpakking pakte. ‘En hem in de stal houden…. dit dier moet buiten zijn, midden tussen de kudde. Hij moet bewegen, zelf voelen wat hij aankan en een plek hebben waar hij zich terug kan trekken als het nodig is.’
Ik vond het gewaagd, eng zelfs, om een kreupelende ezel over de scherpe bevroren randen van hoefafdrukken in het land te laten lopen.
‘Hij is slimmer dan gij he?’ zei Jorre, ‘Geloof mij, hij heeft pijn en neemt geen risico’s. Hij doet precies wat hij aankan.’
Sjaak was nooit alleen. Nozem liep altijd bij hem en vaak liepen de pony’s in ganzenpas achter hen aan. ’s Nachts stonden de ezels in hun warme stal. De volgende dag strompelde Sjaak weer naar buiten en toen ik ’s middags thuis kwam, begroette hij mij vrolijk. Hij liep weer als een kieviet. De abces was gebarsten en de pijn was weg.
Eind goed al goed zou je denken maar dat is niet helemaal waar. Sjaak is sindsdien bang voor mondinjecties dus is het geven van wormmiddel een dingetje.
Vanochtend was het weer zover en deze keer deed ik het in de volle afgesloten stal. Alle dieren waren bij hem. Die had ik gisteravond al ontwormt maar Sjaak had bij het zien van die handeling het angstwit al in zijn ogen en ik besloot toen om het niet te forceren. Maar vanochtend moest het gebeuren.
Hij verstopte zich achter zijn kleine broer. Die hielp mij door hem in die hoek te houden waardoor ik het halster relax om Sjaak zijn hoofd kon doen. Ik bracht hem naar het midden van de stal en liet hem ruiken aan de spuit. Als de stal hoger was geweest, had hij flink gesteigerd maar die ruimte had hij nu niet. Dan maar schudden met het hoofd. Ik hield hem losjes vast. De pony’s bleven rustig en broer Nozem ging achter hem staan.
Ik liet hem weer ruiken. ‘Dit is goed voor je,’ zei ik. Hij geloofde er geen snars van en ging weer in de weerstand. Ik zette de spuit in zijn mondhoek en spoot het middel achter zijn tong. ‘Klaar al,’ zei ik maar daar had hij geen boodschap aan. Hij was bang en wilde weg. Ik hield hem vast.
Fedor, de clown onder de pony’s, liep naar hem toe en snuffelde aan zijn neus. Sjaak werd rustiger.
Ik liet hem ruiken aan de spuit, hij werd bang, schudde met zijn hoofd, hing in zijn halter, ik aaide hem, suste hem, hij werd rustiger, ik liet hem ruiken aan de spuit, hij werd bang, schudde met zijn hoofd, hing in zijn halster, ik aaide hem, suste hem, hij werd rustiger en na een keer of wat, rook hij aan de spuit zonder dat hij reageerde. Dit was traumaverwerking zonder EMDR. Ik herhaalde de hele riedel nog een keer. Pakte de spuit uit mijn jaszak, haalde het denkbeeldige dopje er af, liet het hem ruiken, deed de spuit in zijn mondhoek…. Sjaak reageerde niet. ‘Jij hebt iets lekkers verdiend,’ zei ik.
Ik ging verder met mijn ochtendritueel. Deed de buitenstaldeur open, legde hooi en stro voor hen klaar, vulde de waterbak bij, liep naar de ruimte voor de stal, zette daar het voer voor de avond klaar … en ineens had ik het gevoel dat er naar mij werd gekeken. Sjaak hield mij aan mijn belofte en gluurde via de kier van de staldeur naar mij. ‘Ach schat, was ik je vergeten?’
Ik opende de deur en daar stond hij. Fier en zelfverzekerd. Ik gaf hem een groot stuk voederkoek en de anderen kregen ook allemaal wat. Als extra traktatie mocht hij via de ruimte voor de stal en de gewone deur naar buiten. Deze grote, verlegen, bescheiden ezel liep trots voorop, zijn broer vlak achter hem een paar pony’s in ganzenpas achter hem aan.
Het leven is schitterend.

Geef een reactie