‘Ik bin zo bliede dat ik dei keerl nait geleufde,’ zei de vrouw terwijl ze met haar kleinzoon weer naar hun stoelen in de wachtkamer liep. Ze plofte neer, rolde haar rollator pal voor haar en vertelde met luide stem aan haar kleinzoon wat de dokter had gezegd. Hij hoorde het gesprek, waar hij zojuist zelf bij had gezeten, geduldig aan.
De arts had haar verteld dat ze weer gezond was.
De vrouw was heel blij dat deze arts haar had behandeld want de eerste arts, een man, had haar een heel ander verhaal verteld.
‘Die vent had het over chemo en langdurig en misschien redden we het niet,’ – vertaal ik nu even voor de niet-Groningse lezers – ‘en ik dacht gelijk: dat klopt niet,’ tetterde ze door de wachtkamer, ‘Ik ben zo blij dat ik die kerel niet geloofde.’
Ze had om een andere chirurg gevraagd en was bij deze vrouwelijke arts terechtgekomen. Die had haar geopereerd en haar nu verteld dat ze pas volgend jaar weer terug hoefde te komen voor een check-up.
De hele wachtkamer kende haar medisch dossier en ook die van haar kleinzoon. Ze zaten voor haar afspraak bij de arts al een tijdlang in de wachtkamer en spraken uitgebreid over hun ziektes (haar kleinzoon had een medisch dossier van meer dan honderd pagina’s vertelde hij enigszins trots), de koffie bij het UWV (hij vond het bagger, zij vond het heerlijk) en de regering wat gewoon een corrupt zootje was. Ze waren erg aanwezig.
Voordat ze naar haar afspraak ging, ergerde ik me aan hen maar na hun afspraak bemoedigden haar woorden me. Ze had haar gevoel gevolgd, was niet akkoord gegaan met die eerste arts en had er een gevonden die een heel ander behandelplan had gehad. Dit was een opkikker voor mij.
Even later zwaaide de deur van de behandelkamer open en werd mijn naam opgeroepen. Het was dezelfde kamer waar zij net uitgelopen was. Dit was dezelfde arts! Het was alsof ik op wolkjes liep toen ik de kamer binnentrad en ik zweefde toen ik er weer uitliep.
De uitkomst is precies wat ik vanaf het begin al wil: Knobbel gaat er uit.
Binnenkort wordt er een MRI gemaakt ter voorbereiding van een borstbesparende operatie waar naast deze oncologische chirurg ook een plastisch chirurg aan deel gaat nemen. Na de operatie volgen er een aantal bestralingen en daarna wordt mijn borst in een jaar tijd opgevuld met lichaamseigen vet uit mijn buik of mijn billen. En dat allemaal zonder chemo’s. Daardoor worden eventuele uitzaaiingen niet aangepakt en dat is oké voor mij. Je weet dat ik een aanhanger van niet-weten ben.
Het zijn de vrouwen die mij helpen in dit traject. De huisarts die in een klein bijzinnetje in de brief van de oncoloog de opening las naar deze operatie, de medisch psycholoog die met EMDR en goede gesprekken mij gerust stelt in de ziekenhuiswereld, de oncologisch chirurg die mij wel wil opereren, de mensen die mij helpen met reiki, regressie, yoga en het opruimen van oude shit…. allemaal vrouwen (waarvan er opvallend veel het woordje ma in hun naam hebben).
Had ik je al verteld dat ik laatst over mijn moeder heb gedroomd? Ze stond zelfverzekerd met haar hand in haar zij te roken aan de rand van een marktplein waar een dorpsfeest gaande was. Ik herkende haar bijna niet. Haar postuur was krachtig en haar gezichtsuitdrukking ontspannen.
‘Hé mam, rook jij?’ vroeg ik haar.
‘Nu wel,’ zei ze.
Een paar dagen later kreeg ik deze oude foto van een vriendin van me. Begin deze eeuw zat ik te paffen op een feestje. Ik lijk hier op de moeder uit mijn droom.
En zal ik je een klein geheimpje vertellen? Toen ik vorige week uit de behandelkamer van de arts zweefde, was dat niet alleen omdat ze mij had verteld dat ik geopereerd kon worden maar het kwam ook omdat ik haar herkende. Ze leek namelijk sprekend op de moeder uit mijn droom.
I ♥️ life.

Geef een reactie