Tuurlijk was het bericht van de oncologische chirurg vorige week fantastisch.
Maar daarmee was het nog niet klaar.
Een wond, de Plek waar Knobbel had gewoond, had wat extra hulp nodig om de grote verandering te kunnen behappen. Er was ook veel gebeurd want niet alleen was Knobbel er met z’n lurven uit gesleept maar amper een uur later was de nieuwe bewoner, mevrouw Borstlap van een paar centimeter verderop, er in getrokken.
Plek was blij met de nieuwe bewoonster maar het settelen van Borstlap en het afvoeren van alle overbodigheden was iets too much. Het liep spaak.
De wond begon te stinken. Op een zaterdag. Ziekenhuis bellen. Was welkom. H ging mee. Wij er naar toe. Hechtpleisters er af. Dokter probeerde een tunneltje aan te prikken. Lukte niet. Plek bleef rood en gespannen. Penicilline. Geen verandering. Paar dagen later. Weer ziekenhuis. Andere dokter probeerde ook een uitgang te creëren. Lukte ook niet. Dan zwaardere penicilline.
Een paar dagen later. Eergisterochtend. Zondag dus. Zomaar een spontane opening. Geen enge dingen hoor. Gewoon Plek die een tunnel naar buiten had gemaakt en nu alles kon loslaten. Wat een opluchting. En ook wat een troep.
Dus weer naar het ziekenhuis. Wond spoelen. Tunnel openhouden. Laten lekken. Dag later (dat was gisteren) weer naar ziekenhuis. Weer wond spoelen. Schoon! Yes! Plek was opgeruimd.
En al die tijd zag Suno alles. Sinds januari loop ik, bel ik, verschoon ik, eet ik, medicijn ik, slaap ik, huil ik, opgelucht ik in zijn veilige omgeving. Zijn huis is niet meer zijn veilige haven want zijn leider is aan het overleven.
Was aan het overleven moet ik zeggen.
Gistermiddag, nadat ik dus voor de tigste keer in het ziekenhuis was geweest, zag ik dat hij niet ontspannen was als hij zich ontspande. Hij was allert. De hele tijd. Ook in zijn slaap.
Na het avondeten kwam hij naast mij liggen. Ik legde mijn hand op zijn borst en zei: ‘Lievie, ik ben er weer. Dank je wel dat je zo goed voor me heb gezorgd. Alles wat niet van jou is, mag je loslaten. Ik ben weer je leider en vanaf nu bescherm ik jou zoals jij mij de laatste maanden hebt beschermd.’ Hij ontspande en viel in een diepe slaap. Hij bewoog niet, hij snurkte niet, hij was uberontspannen met mijn hand op zijn borst. Dat heeft wel twee uur geduurd.
Ineens werd hij wakker en keek mij speels aan. We maakten een korte wandeling die lang duurde omdat hij alle grassprieten uitgebreid besnuffelde. Samen keken we naar de ondergaande zon. Eenmaal binnen begon hij te spelen met zijn mand, zijn schaap en zijn botje.
Toen was het tijd om te gaan slapen en samen kropen we op bed. Hij ging uit zichzelf achter mijn kuiten liggen zodat ik ’s nachts niet op mijn linkerkant zou draaien.
Vanmorgen werd ik wakker van twee grote bruine ogen die mij vanaf een meter afstand ontspannen aankeken. Nog voordat ik opstond, hoorde ik hem spelen in de mand.
Het leven is weer duidelijk. Hij is hond en ik ben zijn vrouwtje🍀
Zo, da’s klaar (2)

Geef een reactie