Dit is Anna. Mijn amper-kniehoge shetlander. Ze is een paar jaar geleden hier op de boerderij gekomen. Ik kreeg haar met twee andere shetlanders. Het waren pony’s die te veel knuffels en lekkers hadden gekregen. De ene was mensenschuw geworden, de andere drong zich op en Anna gaf kusjes. Annelienekemeisje werd ze genoemd. Sinds ze hier woont, heet ze Anna.
Zodra ik in de wei kwam, rende de ene ver weg. De andere duwde mij bijna omver op zoek naar lekkers in mijn broekzakken. En Anna aaide met haar kleine snoetje over mijn handen, smakte onophoudelijk en zette haar gewicht afwisselend op haar linker- en rechterkant zodat het leek alsof ze danste. Alles voor wat lekkers.
Ik werd er gek van.
‘Doe eens als een echte pony,’ zei ik wel eens maar het hielp niet.
Anna had geleerd dat schattig doen haar iets opleverde. Ze draalde de hele dag bij het hek. Maar ze ademde alsof ze zware astma had, zeker met stoffig weer. Ze piepte zo hard dat ik haar in de verte al hoorde. Daar was niets aan te doen, zo verzekerden een aantal veeartsen mij.
De ene concludeerde na een onderzoek van 5 seconden dat ze ‘cushing’ had. Het was vrijdagmiddag na vijf uur en hij wilde naar huis. Bullshit, ik wist dat het geen cushing was. Ik heb zijn (pittige) rekening betaald en hem nooit meer gebeld.
De andere zei dat het te maken had met haar lichaamsbouw. Anna is klein gefokt en haar koppie staat in een vrij scherpe hoek op haar hals. Dat knijpt haar toch al kleine keelholte wat af. Bij droog weer zetten de slijmvliezen in de keel op waardoor ze het benauwd kreeg. Klonk logisch. Daar was niets aan te doen behalve een Prednison-injectie die ongeveer een dag werkte. Ik heb het een paar keer gedaan maar het was natuurlijk geen blijvende oplossing.
Wat is een goed leven? Moest ik haar naar adem snakkend oud laten worden? Er was geen remedie en ze was nog geen tien jaar. Ik vond het moeilijk.
De derde veearts kwam omdat een van de ezels een euvel had. Tussendoor spraken we ook over Anna.
‘Is er geen andere manier? Een kruid ofzo?’ vroeg ik hem.
Gelukkig keek hij verder dan alleen het reguliere medische circuit. ‘Kurkuma helpt tegen chronische ontstekingen,’ zei hij.
Eureka!
Anna heeft meer dan een jaar elke dag kurkuma gekregen en haar gepiep is chronisch voorbij. Nu het weer zo’n droge zomer is, ben ik blij dat ik doorgezet heb. Niet alleen met haar benauwdheid maar ook met haar pony-schap.
Ze is hier vanaf de eerste dag behandeld als een pony en niet als een pop. Haar smakken en dansen is genegeerd door iedereen die hier rondliep. Lekkers werd niet meer uit de hand gegeven maar in de weide of voerbak gegooid. Het schattig doen was een gewoonte die heel langzaam sleet maar ze is er definitief vanaf en ze is intens gelukkig.
Anna is fantastisch. Ze gaat haar eigen gang en is voor de duvel niet bang. Ze is op en top een shetlander-merrie met haar goede en slechte buien. Het voordeel van klein zijn, zo heeft Anna ontdekt, is dat je onder ezels door kunt lopen en dat je je collega pony of ezel een hap in de knie kan geven als hij niet voor je aan de kant gaat.
En die scherpe hoek van hals naar hoofd? Die schudt ze vervaarlijk heen en weer als ze ruig galopperend mij voorbij stuift omdat ze niet luisterde toen ik haar de eerste keer riep en ik daarna een tandje bijzette.
‘Anna. Kom. Nu!’
Ze briest en rent als een wilde mustang 🐎
Anna

Geef een reactie