Ik zit in een trieste fase. Nee, dat zeg ik niet goed. Een paar keer per dag voel ik me triest. Ja, zo zit het.
Afgelopen woensdag, zes weken na de operatie, was de laatste wond eindelijk dicht. Deze week heb ik het UMCG laten weten dat ik afzie van bestraling.
Dus nu hoef ik niet meer twee keer per dag mijn wonden te verzorgen en staan er dit jaar geen ziekenhuisafspraken meer in mijn agenda. Mijn zomervakantie is begonnen. Zou je denken.
Maar dat is niet helemaal zo want Besef zit nu aan tafel.
Om Besef niet de hele tijd aan het woord te laten, zoek ik afleiding. Vanmiddag was ik daarom deze website aan het aanvullen met oude blogs zoals deze over Gerrit. Heerlijke kerel. Toen ik dit in 2024 schreef, appte ik het naar mijn ex-collegageliefde uit die tijd. Hij belde meteen en we haalden samen mooie herinneringen op. Een paar uur later stuurde hij een foto van zijn fiets, geparkeerd bij een locatie waar Gerrit ooit een personeelsfeest had georganiseerd.
‘Ken je deze plek nog?😉’
Ja, die kende ik nog.
Een paar weken later appte hij weer maar nu met een heel andere boodschap. Soms is het leven vilein, blogde ik een jaar later over hem.
Derik, die ex-collegageliefde, is twee jaar geleden overleden. Hij was slechts zes weken ziek. Ik heb veel aan hem gedacht de afgelopen maanden.
In januari vroeg ik me af of ik eerder of later dan zijn zes weken zou sterven. Eind februari voelde ik me schuldig omdat ik chemo had afgezegd, terwijl hij die keuze nooit had gehad. In maart vroeg ik me af hoe hij het wachten op de dood had ervaren. En in april lukte het me niet om onbezorgd blij te zijn met de chirurg die mij zou opereren omdat ik wist dat die operatie mij zou redden, terwijl zijn knobbel door geen enkele chirurg ter wereld weggehaald had kunnen worden.
Toen ik uiteindelijk de operatiekamer werd binnengereden, dacht ik aan mijn moeder die dit ritje op haar tachtigste had meegemaakt voor een nieuwe hartklep. En aan Derik, die dit ritje nooit heeft gemaakt, terwijl hij jong en gezond was. Op dat ene knobbeltje na.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij dat ik leef.
Maar Besef laat me voelen hoe fragiel het leven is.
Mijn optimistische, misschien ook wat naïeve levensmotto – niemand weet wanneer het tijd is om dit leven te verlaten – heeft me altijd geholpen. En dat doet het nog steeds. Alleen heb ik dit jaar voor het eerst in mijn leven de dood recht in de ogen gekeken. Dat maakte meer indruk dan de woorden dit leven verlaten ooit deden.
Besef laat me zien dat het oké is om bang te zijn. Om te huilen. Om bij te komen van de schrik. Om me schuldig te voelen. Om me af te vragen of ik nu eindelijk iets van mijn leven moet maken.
Of om het gewoon even niet te weten.
Tranen

Je kunt gewoon reageren zonder een account aan te maken.
Kies dan voor doorgaan als gast 😀
Geef een reactie